Een approbatie van de huidige Opperrabbijn Drs Mrs Drs Rafaël Evers

BERACHA

Voor mijn goede vriend en Talmoedist Jacob Nathan de Leeuwe.

 

Beste Ja’akov ben Hechaveer Rabbi Chaim Jitschak sjelita,

 

Wederom heb je Joods Nederland verrast met een opzienbarende vertaling van een Talmoedtractaat, deze keer masechet Ta’aniet – over de Joodse manier van vasten.

 

Hoe denkt de Tora over ascese, vasten en onthouding? In de antieke wereld was men ongeremd trots op lichamelijke of geestelijke prestaties. Het Tora ideaal van ingeto­genheid, bescheidenheid en teruggetrokkenheid doorkruiste deze antieke opvattingen.

 

Niet lang na het ontstaan van het Christendom besloten vele mensen uit Egypte, het toenmalige Palestina en Syrie om zich terug te trekken van alle aardse verleidingen, omdat zij meen­den dat zij zonder strenge ascese in de woestijn voortdurend bloot zouden worden gesteld aan hun begeerten. De geest moest zich wijden aan overdenking en gebed en mocht niet worden gestoord door de opdringerige eisen van het lichaam. Hun leven was gericht op het overwinnen van begeerten, voedsel- en drankzucht en het zoeken van aanzien, status en beroemdheid.

 

In de Griekse filosofie werd een theoretische onderbouwing gevonden voor de ascese. Het lichaam werd een zak beenderen en de ziel was de essentie van het verhevene van de mens. Naar de denkbeelden van Plato streefden vele kluizenaars naar een immaterieel en vergeestelijkt leven.

 

Het geloof dat ascese deugdzaam is, wordt door veel theologen beaamd. Zelfontkenning wordt gezien als heiligheid en verheven tot een model van moreel en ethisch gedrag. Religies die het Hiernamaals benadrukken uit overtuiging dat het werkelijke leven pas na het graf begint, degraderen alle aardse geneugten automatisch. Genot is intrinsiek kwaad. Het celibaat is te prefereren boven het gezinsleven. Van sommige asceten wordt verteld dat zij hun voedsel nooit kauwden maar direct doorslikten, om maar geen plezier te hebben van het eten. De Tora is echter niet ascetisch gericht, maar veroordeelt wel een onbe­lemmerde behoeftenbevrediging.

 

In de Tora bestaat er maar een vastendag per jaar. Op Jom Kippoer – Grote Ver­zoendag – moet men “zijn ziel pijnigen” (Leviticus 16:29) en dit wordt uitgelegd als een verplichting om te vasten. Dat dit gebod een uiting zou zijn van zelfkastijding lijkt onjuist, omdat er op Jom Kippoer ook niet gewerkt mag worden (Leviticus 23:28). Vasten wordt beschouwd als een uiting van intense spijt en berouw, als uiting van een fervent gebed om vergeving en genade, en als een ritueel symbool van zelfopoffering. Alleen op de meest plechtige dag van het jaar werd een zware vastendag ingesteld. Incidenteel werd er gevast als noodmaatregel in geval van calamiteiten en rampen. De Bijbel vermeldt enkele eeuwen na Mozes de burgeroorlog tegen de stam Benjamin (11de eeuw v.d.g.j.), die veel onlustge­voelens veroorzaakte, hetgeen tot uiting kwam in een vasten (Rechteren 20:26). Pas in het boek Samul wordt gesproken van een andere openbare vastendag (10de eeuw v.d.g.j., vgl. I Samuel 7:6). De grote profeten, zoals Jesaja en Jeremia (8ste en 6ste eeuw v.d.g.j.) beschouwden het frequente vasten als een uiterlijkheid die voorbijging aan een intens gevoel van berouw. Het Bijbelse vasten wordt duidelijk beperkt tot speciale gelegenheden. Het ‘pijnigen van de ziel’ op reguliere basis is in strijd met het behoud van het leven, dat zo vaak als opdracht in de Tora verschijnt.

 

In het Rabbijnse denken kan men twee scholen onderscheiden waar het gaat om het genieten van aardse geneugten. Rabbi Jehoeda Hanassi (2e eeuw) leefde in grote rijkdom maar hij liep op schoenen zonder zolen om zijn nederigheid te gedenken (B.T. Ketoewot 104a).

 

Rabbi Eliezer Hakappar (3e eeuw) verklaarde dat Jaloezie, lusten en niets onziende ambities de mens van de wereld halen” (Spreuken der Vaderen 4:28). Volgens Rabbi Jona Gerondi (13e eeuw) slaat de uitspraak van Rabbi Elizer ook op toegestane verlangens. Het is alleen de gulzigheid die hen potentieel gevaarlijk maakt: “Heilig jezelf door je in het toegestane te beperken” (B.T. Jewamot 20a).

 

Ook op het gebied van wijn wordt het verdienstelijk geacht om zich ernstig te beperken: “Hij die van wijn afblijft om zich tegen zonden te behoeden, is het waard om alle zegeningen uit de Priesterzegen te ontvangen” (Bamidbar Rabba 11:1). Uit de strikte school is ook afkomstig de uitspraak dat: “Degene die een vastendag houdt, als heilig beschouwd wordt” (B.T. Ta’aniet 9a). Dit is in tegenspraak met de opvatting van de geleerde Sjemoe’el (3e eeuw), die iemand die overmatig vast, beschouwt als een zondaar.

 

De Talmoed keert zich tegen het onnodig beperken van de lichaamsfuncties. Sjimon de Rechtvaardige (3e eeuw v.d.g.j.) was tegen Nazireergeloften. Dergelijke gedachten vinden wij ook in de Talmoed: “De mens moet verantwoording afleggen tegenover de Hemel voor alles wat hij niet genoten heeft op deze wereld” (J.T. Kiddoesjien 4:3).

 



De bekende filosoof Jehoeda Halevi (12e eeuw) stelt het duidelijk: “Onze onderwerping aan de Almachtige op de vastendagen brengt ons niet dichter bij G’d dan onze feestvreug­de op Sjabbat en de feestdagen” (Kuzari 2:50).

Maimonides staat negatief tegenover de “praktijken van sommige heilige mensen om extreem lang te vasten of ‘s nachts op te staan om te bidden en zich te onthouden van vlees, wijn en seksuele omgang. Het gewone volk beschouwt dit als een verdienste. De vromen kastijden zichzelf in de veronderstelling dat zulk gedrag hun karakter zal verbete­ren en hen dichter bij G’d brengt. Alsof G’d het lichaam haat en dat wil vernietigen” (Sjemona Perakiem 4).

 

Toch heeft ascese velen in haar greep gehouden. In de Middeleeuwen waren het mystici die ervoor ontvankelijk waren. Met de komst van het Chassidisme, dat sterk de nadruk legt op het dienen van G’d met vreugde, raakten de praktijken van zelfkastijding langzamerhand in onbruik. Toch vasten vele religieuze mensen nog steeds om G’dsdienstige redenen. Door te vasten vermindert men het eigen bloed en vet, hetgeen als een offer kan worden beschouwd. De normale uitgaven voor eten en drinken worden gedoneerd aan de armen. Als vasten ook sociaal-religieus is geïnspireerd, is het een goede zaak.

 

 

Je vriend,

 

Opperrabbijn Mr. Drs. R. Evers